De digitale bouwaanvraag




De digitale bouwaanvraag is sinds kort een feit in Vlaanderen. Maar hoe ga je er als architect mee aan de slag?

Sinds 23 februari 2017 is in Vlaanderen de omgevingsvergunning van kracht. Dit vervangt de stedenbouwkundige- en de milieuvergunning. Architecten zijn nu verplicht om hun bouwaanvraag digitaal in te dienen via het omgevingsloket (behalve als de werken gelegen zijn in een faciliteitengemeente).

De digitale afhandeling van vergunningen versnelt en vereenvoudigt de procedure en maakt het verloop transparanter voor alle betrokken partijen. Het normenboek beschrijft hoe je de digitale bouwaanvraag moet opmaken. Dit heeft consequenties voor hoe je werkt in Vectorworks. De belangrijkste stappen vatten we hieronder samen.

Stap 1 - Voorbereiden van je tekening

Referentiepunt

Elk plan moet een referentiepunt bevatten. Dit referentiepunt is een geografische coördinaat. Het referentiepunt moet op elk plan terugkomen, en altijd links onderaan het blad liggen.

In Vectorworks:

  • Maak een symbool aan voor het referentiepunt:

 

  • Plaats dit op een aparte ontwerplaag. Zorg ervoor dat dit het enige object is op deze ontwerplaag.
  • Maak deze ontwerplaag zichtbaar in elk zichtvenster waarin je een plan weergeeft (kelder, gelijkvloers, eerste verdieping enzovoort).

Plannen, gevels, snedes & legende

Bij de digitale bouwaanvraag moet elke individuele tekening zijn eigen pdf-bestand krijgen. Je hebt dus telkens een apart pdf-bestand nodig voor plan kelder, plan gelijkvloers, voorgevel, langse doorsnede, enzovoort.

In Vectorworks:

  • Maak per individuele tekening een presentatielaag.
  • Zet op die presentatielaag 1 zichtvenster met daarin de gevraagde tekening (inclusief referentiepunt). 
  • Presentatielagen kan je een “nummer” en een “titel” geven.
  1. Als “nummer” vul je de naam in van de overeenstemmende pdf. Volg daarbij de beschrijving in het normenboek.
  2. Als “titel” vul je bij voorkeur niets in. Doe je dat wel, dan wordt deze tekst toegevoegd aan de naam van de pdf. Dat is strijdig met de regels in het normenboek.

 

Stap 2 - Exporteren van je pdf-bestanden

Elke tekening moet zijn eigen pdf-bestand krijgen.

In Vectorworks:

  • Ga naar het menu Bestand en kies het commando Publiceer.
  • Kies de presentatielagen die je wilt exporteren naar pdf.
  • Vink de optie “Exporteer elke pdf als afzonderlijk bestand” aan.

 

Stap 3 - Ligging en omgevingsplan

Dit plan kan je op twee manieren aanleveren

  • Je kan op de website een geocontour tekenen. Bij eenvoudige constructies is dit de makkelijkste manier.
  • Bij complexere inplantingen werkt deze methode niet zo vlot. Werk je met Vectorworks Landschap 2017 of Vectorworks Studio 2017, dan is het makkelijker om een shape-bestand te gebruiken. Daarvoor heb je eerst een shape-bestand van je terrein nodig met een georeferentie. Op dit bestand vul je het volume van je project aan. Deze tekening exporteer je vervolgens naar een shape-bestand, dat je kan uploaden op de site.

Heb je vragen over deze werkwijze, neem dan contact op met ons supportteam via het online supportformulier. Beschik je (nog) niet over Vectorworks Landschap 2017 of Vectorworks Studio 2017, maar wil je het jezelf liever makkelijk maken door shape-bestanden te introduceren in je workflow met deze software, neem dan contact op met ons salesteam via sales.be@designexpress.eu of 015/71.96.00 voor een voorstel op jouw maat.

www.designexpress.eu © Design Express 2011 privacy tel BE 015 71 96 00 tel NL 0182 756 660